Vogel van de maand augustus 2019 : de Meerkoet

Theemutsen in het water, zo zien de Meerkoeten er in het voorjaar uit als ze het territorium aan het verdedigen zijn. Lukt het niet met deze dreighouding, kop naar beneden en kont omhoog, dan ontstaat er een gevecht. De gevechten van de Meerkoeten zijn niet voor de poes, ze jagen achter elkaar aan, al rennend over het water, gaan elkaar te lijf met snavel en poten. Met veel lawaai en water gespetter bereiden ze uiteindelijk een deal. Ook andere vogelsoorten worden niet geduld in hun omgeving. Het is daarom ook niet moeilijk om een paartje Meerkoeten te spotten. Nederland telt zo’n 110.000 tot 140.000 broedparen de meeste vogels blijven ook in de winter in NL, zijn dan vaak in groepen bij elkaar. Naar schatting overwinteren er circa 350.000-370.000 vogels in ons land.

De meerkoet doet het goed 

Meerkoeten ontbreken op de droge zandgronden van de Veluwe, het oosten van Noord-Brabant, Midden- en Zuid-Limburg. Op de kleigronden, laag Nederland en bij de grote rivieren zijn de Meerkoeten talrijker. Op de zandgronden zien we ze veelal in kanalen en natuurontwikkeling gebieden maar ook in grachten van steden. Meerkoeten passen zich enorm snel en goed aan. De meerkoeten doen het goed in Nederland, ze profiteren van de vele waterbergingsgebieden. Maar voor die tijd was er ook al een opmars. Tijdens de 25 jaar watervogel telling merkten we ook een opwaartse lijn in het aantal Meerkoeten die we telden.

Herkenning

Meerkoeten hebben een plomp lichaam met een kleine kop. Een eenvoudig asgrijs verenkleed, de kop is zwart. In de vlucht hebben ze een smalle witte rand aan het eind van de armpennen. Witte snavel en bles. De poten zijn groenzwart van kleur, zijn lang en hebben lobben aan hun tenen. Adulte vogels hebben een rood oog.Meerkoeten leven in allerlei waters, van kleine vennetjes en slootjes tot brede rivieren en grote meren.

Broeden 

Voor het broeden zijn ze afhankelijk van rand vegetatie. Hun broed tijd is van maart tot juli en meestal 2 soms 3 broedsels. Ze bouwen hun drijvend nest van oevervegetatie en waterplanten. Meestal beschut maar ook wel onbeschut, hun nest verdedigen ze fel tegen indringers. Het vrouwtje legt 6 tot 10 eieren die door de beide oudervogels worden uitgebroed, na ruim drie weken komen de eieren uit. De kuikens zijn niet moeders mooiste, ze komen uit het ei met kale koppen en een gele krans van donsveertjes om hun nek. De kuikens kunnen direct zwemmen en worden gevoerd door hun ouders met kleine waterdiertjes. Na verloop van tijd verdwijnen de gele veertjes en krijgen ze witte donsveertjes op kin , hals en borst en donkere donsveertjes op de kop. De jongen kunnen met twee maanden vliegen, tegen de winter zijn ze in bezit van hun volwassen kleed.

Voedsel 

Het voedsel van een adulte meerkoet bestaat uit waterplanten en oevervegetatie. De juveniele vogels voeden de ouders met kleine visjes en water insecten. In de winter eten Meerkoeten ook veel gras. Je kunt ze dan in grote groepen bij elkaar vinden op het land maar altijd in de buurt van water. Zodra er gevaar is, zoeken ze snel het water op.

Geluid

Een explosief, vaak herhaald, scherp piets (alsof iemand met een metalen staaf op een steen slaat). In het voorjaar een trompetterend pe-pe-AU. De bedelroep van de jongen een klagelijk UUH-lif.

 Rondom Dedemsvaart en Balkbrug zijn op de volgende locaties  Meerkoeten te vinden.

In het kanaal de Dedemsvaart, omgeving Mien Ruyslaan-Jonkerswijk. Ommerkanaal, Ommerschans, Spookmeertje.

Wetenschappelijke naam: Fulica astra

Engelse naam: Eurasian Coot

Duitse naam: Blässhuhn

Bronnen: Eigen waarnemingen, ANWB Vogelgids van Europa,Vogelatlas van Nederland, Vogelbescherming.

tekst:  Judith Schmidt

Foto’s: Roel Kouwen en Teo Schmidt