Excursie toont aan: Schrapveen is uitzonderlijk stukje Reestdal

Schrapveen is een beekdalmoeras, dat in ons land nauwelijks meer voorkomt. Het ongeveer 60 ha groot reservaat is eigendom van het Drentse Landschap. Rijdend over de N48 richting Zuidwolde is het open terrein goed te zien. Je komt er nog dichterbij als je vanaf De Paardelanden richting Nolde fietst. Het klinkerweggetje Schrapveen loopt er vlak langs. Vanaf de weg zie je al gauw dat het grasland “natuurland” is. Het wordt pas heel laat gemaaid, allerlei planten krijgen hier kansen om te bloeien en te zaaien. Toch is het vanaf een afstandje moeilijk voor te stellen dat dit een uniek gebied is. Turend over die groene open vlakte zou je denken dat hier gewone hooilanden liggen, zoals je ze langs de Reest wel vaker aantreft. De natte hooilanden zijn niet vrij toegankelijk, het terrein is erg kwetsbaar, dus wil je de schoonheid en het unieke van het Schrapveen ervaren, dan moet je met een gids het gebied in. De juwelen zijn vanaf de weg niet te zien.

Uko vertelt over kenmerken van draadzegge en scherpe zegge

Uko vertelt over kenmerken van draadzegge en scherpe zegge

Excursie
Afgelopen winter hield bioloog Uko Vegter voor onze vereniging een lezing over de flora van het Reestdal en een excursie was het vervolg op deze presentatie. Uko is werkzaam bij het Drentse Landschap en is al vanaf 1990 betrokken bij het beheer van Schrapveen. Het Schrapveen werd door hem zorgvuldig in kaart gebracht en de ontwikkeling van de flora jarenlang gevolgd. We waren dan ook zeer ingenomen met het aanbod van Uko (wie kan ons beter rondleiden dan hij?) om een kijkje te nemen in het Schrapveen van nu. Wat is er sinds 1990 allemaal in het terrein gebeurd? De belangstelling voor de rondleiding was groot, achttien belangstellenden, net in de buurt van de grens die we in ons hoofd hadden. De weersomstandigheden waren perfect. Een heerlijke zonnige warme zomeravond. Wat wil je dan nog meer?

Veranderende vegetatie
In ganzenpas, het terrein is erg kwetsbaar, dus lekker rondbanjeren is er niet bij, loopt de groep achter gids Uko het Schrapveen in. Uko vertelt: “In de jaren ’90 werd het gebied vooral gedomineerd door grassen en pitrus, nu zie je op veel plekken een andere vegetatie. Dat is het gevolg van een aantal beheersmaatregelen die we hebben genomen en dat werpt nu zijn vruchten af.

 

wateraardbei

wateraardbei

Greppels zijn  verondiept of gedempt. Het water wordt pas afgevoerd als de “badkuip” vol is. Een stuwtje kan eventueel zorgen voor afvoer naar de Reest. Tussen het moeras en de Reest ligt een langgerekt beekduin, dus het gebied houdt water goed vast. ”  

We zien dat de graslanden plaatsgemaakt hebben voor een moerasvegetatie: veenpluis, egelboterbloem, wateraardbei, waterdrieblad, holpijp, moeraslathyrus. Voor het meest unieke van Schrapveen moet Uko even op zoek. Hier groeien namelijk draadrus en draadzegge, onopvallende planten die je alleen maar tegenkomt in kwetsbare schrale omstandigheden. We zien het verschil tussen scherpe zegge en draadzegge.

Zeggenmoeras
In het Schrapveen komen zo’n 15 soorten zeggen voor. In Nederland ongeveer 40. Dit maakt Schrapveen tot een bijzonder zeggenmoeras, waar we erg zuinig op moeten zijn. Om tot een betere waterhuishouding te komen heeft het Drents Landschap aangrenzende graslanden kunnen aankopen. Deze landen kunnen een bufferfunctie vervullen en door extensief beheer zorgen voor meer aanvoer van ondergronds kwelwater richting het zompige Schrapveen. De eigenschappen van een beekdalmoeras kunnen dan worden versterkt en het zeggenparadijs kan floreren. Zeggen zijn kritische planten, hun biotoop mag niet verdrogen. Ze staan graag met hun voeten in het water en houden van een zuur /zwak zuur milieu. Zwarte zegge, draadzegge, snavelzegge, noordse zegge, blauwe zegge om er een paar te noemen,  ze voelen zich hier thuis.

Rijke vegetatie
Zoals al eerder opgemerkt, het Schrapveen passerend zie je nauwelijks welke rijkdom dit gebiedt verbergt. Tijdens deze excursie zagen we o.a. poelruit, valeriaan, moeraskartelblad, grote ratelaar, tormentil, moeraswederik en nog veel meer. Dat het Schrapveen zo gevarieerd is komt door de hoogteverschillen in het terrein. Het lijkt allemaal erg vlak, maar schijn bedriegt. Er lopen (droge schrale) dekzandruggen door het terrein, er liggen laagtes die veel natter zijn en ook de hoeveelheid voedingsstoffen in de bodem varieert. Een rondleiding door dit  beekdalmoeras levert dan ook  allerlei verrassingen op, zoals een ontmoeting met de moerassprinkhaan. We zien ze om ons heen wegspringen. Erg schuw zijn ze niet, ze laten zich makkelijk bekijken.

moerassprinkhaan

moerassprinkhaan

Hooiland
In de 17e eeuw al werden de woeste gronden van het natte Schrapveen door boeren gebruikt als hooiland. Voor zover dit mogelijk was, want het landschap was toen veen ruiger en natter dan nu. Tegenwoordig worden grote delen van Schrapveen gemaaid door Het Drents Landschap, maar dit gebeurt pas in de late zomer. Het maaisel wordt verwijderd, er wordt geen mest aan de bodem toegevoegd, het land verschraalt. Steeds meer grassen verdwijnen, planten van de moerasvegetatie keren terug. Dit is te merken aan de hooiopbrengst. Kwamen er rond 1990 nog zo’n 30 hooibalen van het schrapveen, de laatste jaren zijn dat er vaak niet meer dan 18.

Schrapveen na het maaien najaar 2014

Schrapveen na het maaien najaar 2014

Mooie avond
Het was een bijzondere ervaring om op die warme woensdagavond van de 1e juli onder leiding van een deskundige gids door dat unieke moeras te lopen. Alle deelnemers zullen het Schrapveen met andere ogen bekijken als ze het gebied passeren. Bedankt Uko, voor de mooie avond!