Het gaat al jaren slecht met de Torenvalken. De populatie gaat steeds verder achteruit. Dit is een landelijke trend. In de 60er jaren werd het gebruik van landbouwgif gestimuleerd. Dat was destrastreus voor de Torenvalken. Vergiftigde muizen die niet dood waren werden ook opgegeten. Dat heeft het gevolg gehad dat de vogels ook dood gingen of zelf steriel werden en dus geen nakomelingen meer konden produceren. In de 70er jaren is veel van die achterstand ingelopen, mede door het plaatsen van veel nestkasten en ander landbouwbeleid. In de 80er jaren was er weer een dip doch die werd weer ingehaald door een paar piekjaren van de veldmuis, het hoofdbestanddeel op de menukaart van de Torenvalk. In de 90er jaren ging de totaalstand achteruit op de hogere gronden, cultuurland en in bosgebieden. In sommige gebieden is aangetoond dat de achteruitgang gelijk liep met de vermindering van de echte “pieken” in de aanwezigheid van veldmuispopulaties. De grote muizenplagen behoren inmiddels wel tot het verleden. De pieken zijn niet meer zo hoog. Ook is in veel gebieden meer maïs bijgekomen, waar in principe minder muizen inzitten dan in grasland. Doch het grasland heeft weer een ander probleem en dat is de toenemende activiteiten daarop. Er wordt steeds meer en over een langere periode gras afgehaald waardoor het aantal bewerkingen op het grasland zijn toegenomen.
In zijn totaliteit is het jachtgebied van de Torenvalk sterk afgenomen en de populatie van de Havik is toegenomen. De Torenvalk is een prooi van de Havik.
Landelijk worden de broedparen geschat tussen de 5000 en 7500 paar (meting in de jaren 1998-2000).
Het broedseizoen van de Torenvalken in ons gebied was in 2013 uitermate slecht. Meestal zijn er 4 of 5 broedsels doch nu was er maar 1, waarbij er wel 5 jongen geringd zijn. De Torenvalk heeft als hoofdbestanddeel muizen om het menu staan. Deze waren er kennelijk te weinig en er is ook wel behoorlijke concurrentie overdag tijdens de jacht. Er zijn meer jagers die het op de muizen hebben voorzien. Wat denkt u van de Ooievaar, de Reiger, de Vos en niet te vergeten, de loslopende katten. Kortom, het aantal Torenvalken is mede afhankelijk van het voedselaanbod en de nestgelegenheid.
NWG De Reest heeft een aantal nestkasten voor Torenvalken in terreinen in de voormalige gemeente Avereest aangebracht die periodiek gecontroleerd worden. Dit wordt meestal gedaan d.m.v. een mobiele camera gekoppeld aan een scherm.
Teo Schmidt