Vogel van de maand maart 2020 : de Pimpelmees

De Pimpelmees is een kleine vogel van ongeveer 10 tot 12 cm.  De vogel heeft een kleine kop met een blauwe pet. Het gezicht is wit met een zwarte streep door het oog. Er zit een zwarte/blauwe band rond de nek die begint onder de snavel en eindigt in de nek. De rug is groenblauw en de vleugels zijn blauw. De borst is citroen geel. Man en vrouw zijn nagenoeg gelijk, de blauwe kleur is bij de man intenser. Jonge vogels zijn minder intens van kleur en hebben een geel gezicht.

Gedrag

Pimpelmezen hangen veel buitelend aan de takken om voedsel te zoeken, ze zijn heel acrobatisch en licht van gewicht. Daardoor kunnen ze op plekken komen die voor andere vogels onbereikbaar zijn. In de winter zijn ze dol op vetbollen en ze kunnen dan slecht delen met een ander. De Pimpelmees heeft namelijk een pittig karakter, ze zijn enorm energiek en vechten zich dood als het moet. Met soortgenoten gaan ze de strijd aan maar ook met vogels die groter zijn.  Pimpelmezen zie je niet vaak op de grond foerageren. Wel nemen ze vaak en graag een bad. 

Broeden 

Pimpelmezen zijn holenbroeders. Nestkasten zijn favoriet. De bodem van de nestholte wordt eerst bekleed met mos, daarna afgewerkt met zacht materiaal van haar, wol en veertjes. Het vrouwtje legt daar in 10 tot 15 eieren en deze worden ongeveer 14 dagen bebroed. De jonge vogels worden door beide ouders gevoerd en vliegen na ongeveer 14 dagen uit. Daarna worden de jonge vogels nog enkele weken gevoerd door hun ouders en ze zoeken zelf voedsel. Ze trekken dan vaak op met andere uitgevlogen jonge vogels. Je kunt dan soms grote groepen Pimpelmezen, gemengd met andere mezen langs zien komen in de tuin of in het bos.

 

Leefgebied

Pimpelmezen leven voornamelijk in loof- en gemengde bossen. Daar vinden de vogels hun voedsel en broedplaats. Het voedsel van de mezen bestaat voornamelijk uit rupsen en andere insecten. In de winter gaat het dieet over op plantaardig, hun maag krijgt dan een stevige gespierde wand, zodat het plantaardige voedsel goed verteerd kan worden. 

Hondenhaar voor de opbouw van het nest

Voorkomen

Vrijwel overal in Nederland komt de Pimpelmees voor. In Europa eigenlijk overal waar bomen en bossen zijn , met uitzondering van IJsland. Nederland telt 250.00 – 400.000 broedparen in de winter zijn er ongeveer 500.000 tot 2.000.000 exemplaren. De Pimpelmees is een standvogel en trekt in de winter in groepjes rond op zoek naar voedsel. Er zijn jaren met enorm veel Pimpelmezen in Nederland. Invasies komen dan uit Noord- en Oost Europa. Dit betekent over het algemeen dat daar een voedseltekort is. In die landen zijn veel beukenbossen waar de Pimpelmezen voornamelijk van beukennootjes leven. Is het een jaar met weinig beukennootjes dan trekken de vogels naar het zuidwesten en komen ze onder andere bij ons terecht.

Verandering

Uit onderzoek is gebleken dat Pimpelmezen en andere mezensoorten  in de loop van de jaren eerder zijn gaan broeden. De legsels zijn ook groter.  Dit heeft te maken met de klimaat verandering. Gelukkig heeft de Pimpelmees zich aan weten te passen en de populatie blijft stabiel.

Geluid:

Meest gehoorde roep is een snel, hoog sisisisuudu met een lange eindtoon. Soms alleen sisisis. Alarm een scheldende reeks met nadruk op enigszins haperend einde,

Broedsels van 10 tot 15 jongen is normaal

ker’r’r’r’r’rek-ek-EK. De zang bestaat uit enkele langgerekte, scherpe klanken gevolgd door lagere triller, siiih siiih, sie-suuurrrr, soms uit twee herhaalde korte strofen, si-si-suurr, si-si-suurr”, ook wel “Kattebelletje” genoemd.

Latijnse naam: Cyanistes caeruleus

Engelse naam: Bleu Tit

Duitse naam: Blaumeise

Bron: Eigen waarnemingen, ANWB Vogelgids van Europa, Vogelatlas van Nederland, Website Vogelbescherming.

Tekst: Judith Schmidt

Foto’s Teo Schmidt