Dassenwerkgroep : 2021 is een goed dassenjaar

Het gaat goed met de dassen in het Reestdal. In ieder geval in het gebied waar onze  werkgroep dassen( bestaat uit vijf personen) actief is. Dat is het beekdal in de voormalige gemeente Avereest, zeg maar van Dedemsvaart tot Groot Oever. In de rest van het Overijsselse deel van het Reestdal, vanaf Groot Oever tot Meppel,  worden de burchten gecontroleerd door de natuurbeschermingsvereniging Staphorst/IJhorst. Aan de Drentse kant wordt dat gedaan door de dassenwerkgroep Zuid-Drenthe van het IVN in Hoogeveen.

Monitoring

De werkgroep dassen probeert een overzicht te krijgen van het aantal aanwezige bewoonde dassenburchten. Daarnaast wil de werkgroep ook weten hoe groot de dassenfamilie is en of er jongen zijn geboren. De burchten die worden bezocht liggen voor het grootste deel in reservaatgebieden, een klein aantal ook op particulier terrein. Het posten bij dassenburchten ( om bijvoorbeeld te zien of er jongen zijn geboren) is lang niet altijd succesvol. Een zuchtje wind richting de burcht en en das laat zich niet meer zien. Geen wonder, het s een schuw nachtdier met  heeft een matig zicht, maar een hele scherpe neus. Het posten bij een dassenburcht moet je tot een minimum beperken, want het kan verstorend werken. De oplossing is de cameraval. De natuurwerkgroep heeft twee exemplaren aangeschaft (merk Bushnell) en dat leverde in de afgelopen zomermaanden erg veel informatie op.

Dassenburcht

Niet alleen dassen

We gaan niet vertellen hoeveel burchten we in de gaten houden en ook niet hoeveel dassen we aantreffen. Die gegevens delen we met de beheerders van het gebied. Veel leuker is om te vertellen wat we op de cameravallen zien. De aanwezigheid van een camera stoort in het geheel niet. Dieren vertonen hun normale gedrag. Om maar met de onverwachte passanten te beginnen: reegeit met kalf, reebok, vos met jongen, boommarter, appelvink, haas, loslopende honden, twee paar damesbenen met rijlaarzen, bunzing, bosmuis en nog veel meer. Geen wolf !

 

Op zoek naar voedsel. Met de neus op de grond

Dassengedrag  

Het doel van het ophangen van de cameravallen is dus gericht op de Meles Meles, de das. Als een camera vijf dagen en vier nachten bij een burcht hangt levert dat natuurlijk een heleboel beelden op van typisch dassengedrag. Om een paar voorbeelden te noemen: Heel vaak komen dassen op hetzelfde tijdstip boven de grond. Niet dat je de klok erop kunt afstellen, maar wel bijna. Ze doen dan allemaal twee dingen het eerst. Neus omhoog en controleren of de kust veilig is. En dan al heel gauw toilet maken. Omdat de vacht onder het zand zit (en ongedierte) gaan ze op hun kont zitten en uitgebreid bijten en krabben om al die ongerechtigheden uit hun jas te halen. Het zijn dan net panda’s. Bij één burcht staat een eikenboom, met een uitholling tussen drie stammen. Daar ligt vaak water in. We zien op beelden dat een das daar regelmatig naar toe gaat om er te drinken. Ook altijd leuk om te zien: het verslepen van vers nestmateriaal ( gras of bladeren) naar de burcht. Of het verplaatsen van zand voor de ingang van de pijp. Maar het mooist van alles is het speelse gedrag van de jongen. Jonge dassen komen in mei voor het eerst boven de grond. Vaak zijn ze met z’n drieën, soms zelfs met vier. Ze rennen in kringetjes om een (speel)boom, buitelen over elkaar heen en letten nergens op. In de loop van de zomer zie je ze groter en bedachtzamer worden.

Het jaar rond 

De belangrijkste periode voor het monitoren van dassen is de (vroeg) zomer. De familie is dan compleet en komt vaak al voor zonsondergang naar boven. Je krijgt dan een goede indruk van een totale populatie in een gebied. In het najaar worden  de burchten weer nagelopen. In het vroege voorjaar doen we dat nog een keer. In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld in een winter met veel sneeuwval, bezoeken we de burchten ook. Toen we dit jaar in februari te maken kregen met vorst en sneeuw zijn we alle burchten langs gegaan om te kijken of de dassen er dan ook uitkomen. Ja dus. Bij vrijwel alle burchten zagen we loop- en graafsporen. Een das doet geen winterslaap, eerder een soort winterrust. Het dier moet wel met een dikke vetlaag de koude maanden in. En eten moet ie in de winter ook.