In 2013 zette onze werkgroep landschapbeheer aan de Vriesche Dijk (Haardennen) een 200 meter lange houtwal af. Afzetten betekent gewoon afzagen tot even boven de grond. Om een houtwal dicht te houden moet dit landschapselement om de tien tot veertien jaar worden afgezet. De stobben lopen de daarop volgende jaren meerstammig uit en dat levert een mooie dichte vegetatie op. Vroeger hoorde dit werk bij de agrarische bedrijfsvoering. Houtwallen en houtsingels leverden geriefhout op: brandhout, hout voor gereedschap, rikkepalen. Grote eiken bleven vaak lang staan om
pas veel later hout te leveren voor gebinten. Een houtwal diende ook vaak als veekering. Het vee werd tegengehouden door struiken als meidoorn en sleedoorn . De vlijmscherpe doorns van deze struiken en de wirwar van takken waren voldoende om nieuwsgierige koeien of schapen tegen te houden. In het Reestdal is de meidoorn dan ook een karakteristieke struik. Tijdens de werkzaamheden kreeg de werkgroep van landschap Overijssel de opdracht om in de houtwal de meidoorns te laten staan. Nu het voorjaar aanstaande is lopen de knoppen van de meidoorn weer uit. De struiken staan er nog een beetje eenzaam bij. Over een paar jaar is dat anders. Dan vormen ze weer een geheel met snel groeiende elzen, vlieren en eiken.