Lezing Albert Kerssies : “We moeten zuinig zijn op onze Paarse Pracht”

Vergeleken met zo’n honderd jaar terug hebben we in ons land niet veel heide meer. Rond 1800 bestond Nederland voor drie kwart uit heide. In 1900 was dat al geslonken tot een 600.000 ha. Er is nu nog ongeveer 50.000 ha heide over, verspreid over een groot aantal provincies. Kleine heideterreintjes, maar ook hele uitgestrekte vlaktes. Het mooiste voorbeeld daarvan is Het Dwingelderveld, het grootste natte heideveld van West- Europa. Het is het domein van onze gastspreker Albert Kerssies, voorzitter van de stichting Het Drentse Heideschaap en groot kenner van het heidebiotoop. Albert schreef met twee anderen het boek “Paarse Pracht, heidelandschappen van Drenthe” en zijn lezing volgt in grote lijnen de draad van het boek.

Vrijwilligers nwg de Reest verwijderen opslag uit Rabbingerveld

Link met heide

Dat we een lezing over de heide hebben georganiseerd is geen toeval. Onze werkgroepen landschapsbeheer hebben dit winterseizoen niets anders gedaan dan heidebeheer. Heideveldjes in beheer bij Landschap Overijsel, Het Drentse Landschap en Staatsbosbeheer werden vrij gemaakt van opslag. Veel van deze paarse pracht ligt er weer mooi bij. Dus de link met heide is wel duidelijk.

Niet alleen Nederland heeft heide

Het verhaal van deze avond begint met de ijstijden. De tijden van schuivend ijs, zwerfstenen, stuwwallen, dekzand en keileem. Drenthe is een product van die lang durende koude tijden die we hebben gehad. Het midden van de provincie ligt hoger dan de randen. Vanaf dit Drentse Plateau stromen talloze beekjes af. En juist die beekdalen blijken later in de tijd geschikt om er te boeren. Er is dan nog

bloeiende dopheide

veel samenhang in het landschap. De rol van de mens is minimaal. Landschapstypes lopen geruisloos in elkaar over. Het stroomdal van de beek met de natte hooilanden bijvoorbeeld grenst vaak aan de heide. Dat zie je nu bijna nergens meer. Op de Wildenberg is die unieke overgang nog in tact. Denk niet dat heide een typisch Nederlands landschap is. Landen als Denemarken, Ierland, Schotland, Frankrijk, Spanje en nog een aantal meer hebben ook heidelandschappen. De heide in Nederland wordt laaglandheide genoemd.

Esdorpenlandschap

Albert Kerssies maakt mooie foto’s. Hij kan er ook prachtig bij vertellen. Over het esdorpenlandschap bijvoorbeeld waar de potstal van groot belang is voor het boerenbedrijf. Overdag loopt de kudde over de uitgestrekte heide en komt aan het einde van de middag terug in de potstal. Daar wordt de bodem bedekt met heideplaggen en schapenmest. Aan het eind van de winter is de bodem aardig opgepot en kan de mest worden uitgereden op de akker. Schapen in  dienst van de landbouw. Het levert een prachtig kleinschalig landschap op van heidevelden, akkers, hooilandjes en boerderijen. Ieder dorp had zijn eigen kudde.

Davidsplassen Dwingelderveld

Ontginningen

Rond 1900 bestaat Drenthe voor ¾ nog uit woeste gronden. De in 1888 opgerichte Heidemaatschappij krijgt de opdracht om landbouwgronden te ontwikkelen en zandgronden te bebossen. De grote heideontginning kan beginnen! Staatsbosbeheer krijgt de opdracht om nutteloze zandgronden vol te planten met bosplantsoen. Zo ontstaan de staatsboswachterijen, die voor werkgelegenheid en houtproductie moeten zorgen. In 1929 kan een groot stuk heide ( Dwingelderveld) door Drentse natuurbeschermers worden aangekocht. “De ontginningen gaan zo snel, als we niets doen houden we geen heide meer over”. In 1946 wordt de Ruiner schaapskudde gered en in 1949 een schaapskooi gebouwd. Die kooi staat er nog, maar is nu lammetjeskooi en onderdeel van een groter geheel met uitkijktoren en moderne potstal.( klaar in 2018). In 1961 stopt de overheid met het verlenen van subsidies voor ontginningen. Wat is er dan nog over ? Ongeveer 8% van wat we ooit aan heide hadden.Is het beetje heide dat we nog hadden nu voor altijd gered ?

Schaapskudde Ruinen

Beheer

Rond 1980 beginnen de heidevelden in Drenthe te vergrassen. Zo’n 50 kg stikstof per hectare per jaar daalt dan op de schrale heidegronden neer. Met dank aan het verkeer, de landbouw en de industrie. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: de heide verliest haar kleur. Het geel van het pijpenstrootje gaat overheersen. Na 1985 begint de strijd tegen dit oprukkende gevaar. Plaggen, maaien en branden. Het branden levert ‘s winters niet veel schade aan de fauna op. De meeste dieren liggen onder de grond in hun winterslaap. Ook worden steeds vaker grote grazers ingezet. Naast schapen ook koeien en Schotse Hooglanders. Rond 2010 is de depositie van stikstof met 50% afgenomen, maar nog steeds dwarrelt deze stof op de Drentse heidevelden neer.

Flora en fauna

Na de pauze laat Albert de zaal de karakteristieke flora en fauna van de heide zien. In prachtige beelden komen de

Blauwborst

mooiste vogels voorbij. Er zijn soorten die sterk in aantal zijn afgenomen: de wulp bijvoorbeeld en de grutto. De laatste was vroeger massaal op het Dwingelderveld aanwezig, sinds 1980 niet meer. De wulp was eerder ook een hele gangbare soort. De vogel broedt in de heide, maar door voedselgebrek in aangrenzende graslanden heeft ook deze soort het moeilijk. Langs de randen met veel struweel broedt de grauwe klauwier. Het grote succesverhaal is natuurlijk de broedende kraanvogels in het Dwingelderveld. In 2017 broedden twee paartje hun eieren uit. Op de vennen van de natte heide kun je genieten van sierlijk duikertjes als geoorde fuut en dodaars. Roodborsttapuit en blauwborst en veldleeuwerik zijn ’s zomer graag gezien gasten.

De plantenwereld van de Drentse heide is erg divers. Klokjesgentiaan, moeraswolfsklauw, beenbreek  en zonnedauw zijn erg karakteristiek voor het heidebiotoop. Het heideblauwtje, een mooi vlindertje, legt haar eitjes op de dopheide. Dopheide vind je vaker op natte plekken, struikheide houdt van drogere grond. Kraaiheide is bekend van de eetbare blauw/zwarte bessen. Drenthe is ook een belangrijke thuishaven voor de adder. Deze slang doet het de laatste tijd

Adders warmen zich op

goed. Op het Dwingelderveld zitten er honderden. Alleen in het voorjaar heb je een goede kans ze te zien. Dan komen de adders naar de randen om zich op te warmen. Gevaarlijk zijn ze niet. Je moet ze gewoon met rust laten.

Wat brengt de toekomst?

Albert Kerssies ziet de grote Drentse heide het liefst soortenrijker worden. Vrijwel alle grafiekjes die hij in de lezing laat zien hebben een dalende curve. Het natter worden van de heide zorgt voor meer biodiversiteit. Mensen moeten de gelegenheid krijgen om zoveel mogelijk te genieten van dit unieke cultuurlandschap. Aan de andere kant moet de heide natter, stiller en groter worden. De natuurwaarden zullen dan toe gaan nemen en snijdt het mes aan twee kanten. Hopelijk gaat de  grafiek lijn voor veel soorten in de toekomst dan weer omhoog.

 

De heide vergrast