Molens algemeen

Op deze pagina worden algemene molenzaken besproken, welke zijn onderverdeeld in wiekstanden en zeilvoeringen.

Wiekstanden

Wat veel mensen niet weten is dat molens ook kunnen praten door middel van de verschillende wiekstanden die. Dit wordt de zogenaamde molentaal genoemd. De meest algemene zijn:

  • Korte rust
  • Lange rust
  • Vreugde
  • Rouw

Korte rust

Dit is de stand waarin de molen bijna altijd staat na het draaien / malen. De molen staan dan rechtop, zodat de molenaar direct kan beginnen met het voorleggen van de zeilen. De molen heeft een korte werkonderbreking.

Korte rust

Korte rust

Lange rust of overhek

Deze wordt op de Molen De Star eigenlijk niet gebruikt. In deze stand staat de molen in het kruis (overhek), waarmee aangegeven wordt dat de molen langere tijd buiten gebruik is. Verder wordt de stand ook wel gebruikt bij molens om vandalisme te voorkomen. Als voorbeeld, in het westen van Nederland staan veel poldermolens die in de zomer niet hoeven te functioneren, omdat het water alleen weggepompt hoeft te worden in herfst, winter en een deel van de lente. Deze molens worden dan overhek gezet. In vroegere tijden, voor de ingebruikname van de bliksemafleider, was het ook een betere bescherming tegen het onweer, omdat de wieken dan een lager punt vormen.

Molen in het kruis

Lange rust / overhek

Vreugde

De vreugdestand wordt gebruikt bij feestelijkheden, zoals huwelijk, geboorte, jubileum enz. De wieken worden dan stilgezet in de stand waarbij de bovenste wiek de top net niet heeft bereikt. Het hoogtepunt moet dan nog komen. Als het nodig is wordt Molen De Star zo weggezet, voornamelijk met de viering van de Bevrijding op 5 mei is dit het geval.

Vreugdestand

Voorbeeld vreugdestand

Rouw

Dit is (helaas) wel een stand die met enige regelmaat voorkomt op Molen De Star. Bij het overlijden van een (oud) molenaar, bestuursleden en andere vrijwilligers wordt de molen zo weggezet dat de bovenste wiek de top net heeft gepasseerd. Het hoogtepunt is dan geweest. In vroegere tijden werd de stand ook gebruik bij het overlijden van de eigenaar, of bij het overlijden van familie van eigenaar of molenaar. De molen werd dan in de rouw gezet in de richting van het sterfhuis. Wanneer een rouwstoet de molen passeerde, werd de molen  in de rouw gezet en de molen werd nagekruid met de rouwstoet in de richting van het kerkhof. Tevens wordt de stand gebruikt op 4 mei tijdens de Dodenherdenking.

DSC01185

De Star in rouwstand

In oorlogen werd ook veelvuldig van de molen gebruik gemaakt om een boodschap in de omgeving te verspreiden. Zeker uit de Tweede Wereldoorlog zijn hier verhalen van bekend. De communicatie ging toen moeizaam en met de molen kon men een vrij groot gebied bereiken. Zeker als de boodschap overgenomen werd door de molens in de buurt. Veelal werd bij gevaar (razzia’s etc.) van de rouwstand gebruik gemaakt om deze boodschap te verspreiden zodat mensen voldoende tijd hadden om zich te verstoppen. Soms werd met het verzet zelfs meerdere wiekstanden afgesproken om boodschappen door te geven. Bekend is ook wel dat er gebruik werd gemaakt van het zeil om te communiceren.

Zeilvoeringen

Om het windvangend oppervlak van de wieken groter te maken kunnen we zeilen (de bruine kleden) voorleggen. Als we dit niet zouden doen, dan zou de wind voor een groot deel door het hekwerk waaien. Nu wordt de wind opgevangen door het zeil. Naar gelang het weer, de windkracht en of we gaan malen of niet wordt de zeilvoering bepaald. Op Molen De Star zijn een viertal zeilvoeringen veelgebruikt:

  • Vol zeil
  • Duiker
  • Half zeil
  • Geen zeil

Tussen geen zeil en een half zeil zit nog een stormeindje, maar die wordt bijna nooit gebruikt, omdat voorgaande twee meer dan voldoende zijn om de molen te laten functioneren. Dit heeft deels ook te maken dat Molen De Star een wiekverbetering heeft, fokwieken genaamd, dit is afgekeken van een fok van een zeilschip. Hiermee kan de molen bij een zuchtje wind al draaien en vanaf windkracht 2 kan er ook gemalen worden. Verreweg de meeste molens in Nederland hebben geen wiekverbetering en moeten het doen met de oud-Hollandse wieken. Grofweg betekent dit dat ze meer wind nodig hebben om te kunnen functioneren. Om de precieze verschillen uit te leggen voert te ver voor deze pagina, daarvoor kunt U het beste op de molen komen. Een nadeel van de fokwieken is dat het vanaf windkracht 7 niet meer verantwoord is om te malen.

Terug naar de zeilen. Een zeil bestaat uit 2 boventouwen, 2 ondertouwen, lussen om de kikkers aan de roede te leggen en een 3-tal zwichtlijnen.

  • Boventouwen: deze worden aan de bovenkant bevestigd aan de linker- en rechterkant, zodat de zeilen aan de wieken vastzitten en zo ook opgerold kunnen worden.
  • Ondertouwen: deze worden vastgemaakt tijdens het voorleggen van een zeil. Bij een vol zeil worden deze links- en rechtsonder vastgemaakt. Bij andere zeilvoeringen of een opgerold zeil worden de onderhoektouwen gebruikt om het zeil vast te zetten.
  • Lussen: om het zeil op zijn plaats te houden worden lussen om kikkers heengeslagen. Deze kikkers zitten vast op de roede. Om deze handeling uit te voeren moet de molenaar in de wieken klimmen. Op molen De Star is met een beetje handigheid het ook goed te doen vanaf de  stelling.
  • De zwichtlijnen: de term zwichten wordt gebruikt om aan te geven dat er zeil geminderd wordt. Deze lijnen worden aan de achterkant van de wiek vastgemaakt om zo het zeil er mooi strak voor te leggen.
    • Er zijn 3 zwichtlijnen, die allen vastgemaakt worden bij een vol zeil en een duiker. Bij een duiker wordt dan het zeil opgerold totdat het niet verder kan vanwege de 3e zwichtlijn.
    • Bij een half zeil wordt het 3e zwichtlijn losgemaakt en mee opgerold tot de 2e zwichtlijn.
    • Voor een stormeindje zou alleen het 1e zwichtlijn vast blijven zitten.
    • Bij geen zeil ligt het zeil opgerold achter drie zeilklampen.

Om een gelijke belasting op het gevlucht te houden wordt per roede eenzelfde zeilvoering toegepast. Om het helemaal goed te doen zal eigenlijk op alle wieken eenzelfde zeilvoering toegepast moeten worden. De molen zal dan ook constanter draaien, als voorbeeld: 2 volle zeilen staat ongeveer gelijk aan 4 halve zeilen, maar met 4 halve zeilen zal de molen regelmatiger draaien / malen. Hier wordt nog wel eens van afgeweken bij buiig weer of als de molenaar de molen even snel aan het draaien wil zetten. Bij buiig weer is het sneller om 2 zeilen op te rollen als de nood aan de man is.

Wanneer we gaan malen is de zeilvoering vaak meer dan dat we gewoon zouden gaan draaien. Voor het malen is meer kracht nodig namelijk. Al maakt het vanwege de fokwieken soms niet uit of we malen of dat we gewoon draaien.

Met onderstaande foto’s wordt bovenstaand verhaal verduidelijkt.

4 volle zeilen

4 volle zeilen

2 volle zeilen

2 volle zeilen

4 halve zeilen

4 halve zeilen

2 halve zeilen

2 halve zeilen

4 duikers

4 duikers

onderhoektouwen

onderhoektouwen

lussen om kikkers

lussen om kikkers

Zwichtlijnen

Zwichtlijnen

 

Top