Werking Molen De Star

Om molen De Star te laten functioneren zijn diverse handelingen noodzakelijk. Daarnaast is de aandrijving, het gaande werk, van de molen belangrijk om de verschillende werktuigen aan te drijven. Dit alles wordt op deze pagina behandeld aan de hand van een doorsnede van de molen en met verschillende foto’s en uitleg daarbij in deze volgorde:

  • Algemeen
  • Bediening molen – op de stelling
  • Kapzolder
  • Luizolder
  • Steen / stellingzolder
  • Maalzolder
  • Builzolder
  • Begane grond

Algemeen

We weten niet precies waarom molenwieken tegen de klok indraaien. De ene theorie is dat de molens in oorsprong handmolens waren. Omdat de meeste mensen rechtshandig zijn moest de bovenste steen (de loper) linksom draaien en dan moest het wiekenkruis (a) dat ook doen. De simpelste theorie is echter dat de molenaar vanuit de molen werkt en van binnenuit naar de wieken kijkt: vanuit  zijn werkplaats draaien ze met de klok mee. Aan de hand  van onderstaande doorsnede wordt de molen doorlopen om te zien wat de wieken precies aandrijven.

Doorsnee molen

Doorsnee molen

Bediening molen – op de stelling

De meeste wind vangt de molen wanneer de wieken recht op de wind staan. De molenaar kruit op de stelling (c ) met de staart (b) de molenkap, die ten opzichte van de molen te bewegen is, de wieken naar deze plaats. Hij bepaald de plek waar de staart moet komen te staan door te voelen waar er geen wind meer is. De staart, die tegenover het wiekenkruis aan de kap vastzit, brengt het wiekenkruis in de juiste stand. Na het kruien bepaald de molenaar de zeilvoering. Is er weinig wind dan legt de molenaar alle zeilen voor op het hekwerk van de wieken. Waait het harder dan kunnen verschillende zeilvoeringen gebruikt worden totdat de molen geen zeilen meer nodig heeft. Dan wordt gedraaid zonder zeilen, in de Zaanstreek noemt men dit met blote benen draaien. Gaat de molenaar naar huis dan zet hij het gevlucht (wiekenkruis) recht weg. Bepaalde standen van de wieken kunnen geboorte , huwelijk, rouw enzovoorts aangeven, zie hiervoor ook molentaal. In de oorlog seinde de molenaar er berichten mee door.Vanaf de stelling wordt de rem van de molen bedient met een ketting die op de foto te zien is.

Kruirad en staart

Staart met kruirad en remketting

Weinig wind dus 4 volle zeilen

Weinig wind dus 4 volle zeilen

Kapzolder

Met behulp van kamwielen en assen worden de molenstenen aangedreven. De wieken brengen de wiekenas (1) in beweging met behulp van het bovenwiel (2) en de kleinere bonkelaar (3) gaat de koningsspil (4) draaien. Rond het bovenwiel is de rem aangebracht, dit bestaat uit 5 grote blokken die onderling met elkaar verbonden zijn en om het bovenwiel geklemd worden. Bij storm kan dit remsysteem onvoldoende sterk zijn waardoor de wieken op hol kunnen gaan. Door te grote wrijving kan dit brand veroorzaken. Boven de stelling is alles behalve de molenas van hout of riet. Als de molen draait dan is de ruimte tussen het bovenwiel en de blokken hooguit een centimeter. Door een hefboomsysteem is de rem eenvoudig te bedienen van de stelling. Werkzaamheden van de molenaar in de kap zijn het smeren van de lagerpunten van de bovenas, het smeren van het kruiwerk en incidenteel het smeren van het toplager van de koningspil.

100_0856

Bovenwiel met molenas

100_0857

Bonkelaar

Luizolder

Onder de kapzolder bevindt zich het ingenieuze hijssysteem (luiwerk 5), dat de molenaar in staat stelt om met windkracht de zakken met graan te hijsen. Hiervoor is op de koningspil een luiwiel aangebracht. Op de luias zit eveneens een wiel die in het luiwiel getrokken kan worden zodat het touw om de luias opgewonden wordt en de zakken naar boven komen. Verder is in De Star een ingenieus systeem aangebracht om de zakken met meel eenvoudig te laten zakken, het zogenaamde afschietwerk. Dit bestaat uit een dubbel touw, als de ene kant naar beneden gaat komt de andere zijde omhoog, zodat snel doorgewerkt kan worden. Tevens kan hiermee handmatig hijswek verricht worden. Het spoorwiel (6) brengt via de steenspil de loper (7) aan het draaien, die samen met de ligger (8) het eigenlijke werk doet: het malen.

Tussen de kap- en steenzolder is tevens de windaandrijving van de jakobsladder geregeld. Het spoorwiel heeft namelijk een dubbele kammenrij (bovenop en aan de zijkant). De kammen aan de zijkant worden gebruikt voor de steenrondsels en de kammenrij bovenop was oorspronkelijk voor de elektrische aandrijving van het spoorwiel met een extra wiel. Dit wiel lag nog in de molen en is nu gebruikt voor de windaandrijving van de jakobsladder via enkele tussenassen. De kop van de jakobsladder loopt tot vlak onder de kapzolder. Verderop wordt de jakobsladder verder uitgelegd.

As voor windluiwerk (l) en as voor afschietwerk (r)

As voor windluiwerk (l) en as voor afschietwerk (r)

Koningspil met luiwiel en luias

Koningspil met luiwiel en luias

Steen / stellingzolder

 

In de molen bevinden zich drie koppels stenen. Eén koppel bestaat uit natuursteen, ‘blauwe steen’ en twee uit kunststenen, die fabrieksmatig zijn gemaakt. De natuursteen is uitermate geschikt voor het malen van tarwe voor de bakker en de twee kunststenen worden gebruikt voor het malen van mais voor de boer en rogge voor de slager. Als het gevlucht, de vier wieken, één omwenteling maakt, draaien de molenstenen in de molen ruim 7 keer rond! Om het graan fijn te kunnen malen zijn groeven, het scherpsel, aangebracht in zowel de loper, de draaiende steen en de ligger, de liggende steen. Na verloop van tijd wordt het scherpsel  bot en moet het bijgewerkt worden. Hiervoor wordt de steen opgetild met behulp van de steenkraan, zodat de loper omgedraaid kan worden. Beide stenen kunnen dan gescherpt worden (het billen van de steen). Hier komt het gezegde met de billen bloot ook vandaan. Het maalproces gaat als volgt: Eerst wordt graan in een soort opslagbak boven de stenen gestort, de kaar genaamd. Hieronder zit een bak, die door aanraking met de steenspil geschud wordt, de schuddebak dus. Door de schuddende beweging valt er graan tussen de stenen en wordt het gemalen. Hierdoor bepaalt de molen ook zijn eigen toevoer afhankelijk van de draaisnelheid.

Spoorwiel met steen in werk

Spoorwiel met steen in werk

Kunststenen (r en l) en blauwe steen (midden)

Kunststenen (r en l) en blauwe steen (midden)

Steen in steenkraan

Steen in steenkraan, rechts achterin staat de koningsmaalder

Boven de twee kunststenen zijn tevens 2 silo’s aangebracht om het graan in op te slaan. Om het graan in de silo’s te krijgen is in het verleden een jakobsladder aangebracht. Na de verplaatsing is deze niet weer aangebracht behoudens de kop van de jakobsladder. Door de aanwezigheid hiervan is besloten om de jakobsladder in zijn geheel te restaureren zodat weer gebruik gemaakt kan worden van de silo’s. Tevens is besloten om een aftappijp te maken in de noordsilo zodat ook graan afgetapt kan worden voor de tarwesteen, omdat hier geen silo boven zit. De jakobsladder bestaat uit de kop, 2 kokers die van de kop naar de voet lopen en de voet in de kelder op de begane grond.

In de 2 kokers  zit een doorlopende riem met daaraan bakjes waarin het graan naar boven vervoerd wordt. De kop van de jakobsladder bevat 3 kokers, de eerder genoemde kokers waarin de band met bakjes ronddraaien en een derde koker. De bedoeling is dat het graan in de derde koker gestort wordt. Dit is afhankelijk van de snelheid van de jakobsladder. Wanneer het te langzaam gaat neemt de jakobsladder al het graan weer mee en wanneer het te snel gaat geldt hetzelfde (denk aan een emmer water die snel rondgedraaid wordt). Besloten is om de jakobsladder in De Star aan te drijven met de wind waardoor goed nagedacht moet worden over de snelheid van de molen en de werkbaarheid van de jakobsladder . Vroeger was de aandrijving met een elektromotor uitgevoerd zodat het probleem toen niet speelde. De jakobsladder is dusdanig afgesteld dat tussen de 10 en 20 omwentelingen van de molen per minuut (40 tot 80 enden) het systeem goed werkt. De windaandrijving wordt via het spoorwiel geregeld. Bovenop het spoorwiel zit nog een kammenrij die vroeger gebruikt voor de elektrische aandrijving van het gaande werk. Het kamwiel hiervan lag nog in de molen en wordt nu gebruikt om via enkele tussenassen de kop van de jabobsladder aan te drijven met behulp van poelies en riemen. Op één van de tussenassen zit een spanrol zodat de jakobsladder in en uit het werk gezet kan worden.

Vanuit de derde koker kan het graan verdeeld worden naar de twee silo’s. Met een tussenklep wordt geregeld welke silo gevuld word. De noordsilo wordt rechtstreeks gevuld vanuit de derde koker. Wanneer deze afgesloten is wordt het graan in de zuidsilo gestort door middel van een schroef die tussen de derde koker en de zuidsilo zit. Tevens zit in de noordsilo nog een klep om het graan rechtstreeks naar de stortpijp te laten lopen.

Kop jakobsladder

Kop jakobsladder

Jakobsladder met silo noordkoppel

Jakobsladder met silo noordkoppel

Aandrijving jakobsladder op spoorwiel

Aandrijving jakobsladder op spoorwiel

Verder staan op de steen / stellingzolder nog een koningsmaalder (boerenmaalsteen maar dan met verticale stenen, elektrisch aangedreven, maar buiten bedrijf), een elektrische zakkenklopper, hiermee kunnen de zakken worden schoongeklopt en een handbediende zakkenlift om zware zakken in het westkoppel te storten.

Meelzolder

Onder de steen- of stellingzolder (d) bevindt zich de meelzolder (e). Hier wordt het meel opgevangen in zakken en afgewogen. Verder bevinden zich hier drie regulateuren. Deze zijn verbonden aan de steenspil, een goed uitgedacht systeem om de fijnheid van het meel  constant te houden. Dit is noodzakelijk omdat bij meer wind de loper sneller zou gaan, er meer graan tussen de stenen komt en in dat geval minder fijn maalt. De armen van de regulateur slaan naar buiten uit door de centrifugaalkracht. De afstand tussen de stenen wordt hierdoor kleiner via een ingenieus hefboomstelsel.  Wanneer de molen langzamer gaat draaien dan gebeurd het omgekeerde. De armen slaan naar binnen en de afstand tussen de stenen wordt vergroot. De afstand tussen de stenen is ook handmatig te bedienen, met de licht, een stelsel van hefbomen en contragewicht waarmee de loper en steenspil, zo’n 1300kg,  op en neer bewogen kan worden. Tevens vindt op de maalzolder de opslag plaats van het gemalen meel.

Overzicht maalzolder

Overzicht maalzolder

Lichtsysteem

Hefboomsysteem om afstand tussen de stenen te regelen

Regulateur

Regulateur

Builzolder

De laagste verdieping is de builzolder. De klopbuil is een zeeftrommel die door zijn draaiende beweging de bloem scheidt van de zemelen en griezen. Deze wordt in De Star aangedreven door middel van windkracht met een touwaandrijving. Dit touw is bevestigd onder het spoorwiel en veranderd van een horizontale beweging in een verticale beweging door verschillende katrollen. Dit touw loopt door de zolders en drijft een wiel op een as aan op de builzolder. Op deze as zit nog een wiel die met behulp van een riem verbonden kan worden met de buil. De invoer van de buil vindt plaats op de meelzolder. Verder is de builzolder verder ingericht als kluszolder met een werkbank, draaibank en diverse gereedschappen.

Buil

Buil met touwaandrijving rechts

Het maken van een nieuwe steenspil

Het maken van een nieuwe steenspil

De begane grond

Over de begane grond is niet veel te vertellen. Op de oude locatie lagen twee koppel stenen opgesteld op de begane grond die aangedreven werd door eerst een petroleummotor en later door een elektromotor. Daarnaast waren er twee koppels stenen op de wind, het huidige noord- en zuidkoppel. Het westkoppel is er na de verplaatsing ingelegd om tarwe voor consumptie te kunnen malen. 1 koppel blauwe stenen staan nu nog onderin de molen tegen de muur. Deze zullen in de toekomst aangedreven worden door een ruwoliemotor op de begane grond, zoals op de oude locatie ook het geval was. Verder was op de oude locatie een invaart aanwezig om met een boot in de molen te varen.

Bij de verplaatsing is rekening gehouden met de jakobsladder door het aanbrengen van een kelder waarin de voet van de jakobsladder dient te staan. Op de oude locatie zal dit ook zo zijn geweest. Bij het restaureren van de jakobsladder is dankbaar gebruik gemaakt van de kelder, de voet is teruggeplaatst met daarbij een kaar waar het graan in gestort kan worden, waarna de graan in de bakjes terechtkomt en zo naar boven vervoerd wordt.

Staande stenen

Staande stenen

Jakobsladder, voet is onder het luik

Jakobsladder, voet is onder het luik

Kaar jakobsladder

Kaar jakobsladder

Top