Vogel van de maand maart 2019 : de  Kauw

door Judith Schmidt

De Kauw is de meest algemene soort onder de kraaiachtigen waaronder ook o.a. de Roek, Ekster, Zwarte Kraai, Raaf en Gaai onder valt. In de broedtijd komen Kauwen overal in Nederland voor, met hoge dichtheden in het westen van Friesland, Noord en Zuid Holland, Utrecht, Noord Brabant, delen van Zeeland en het noorden van Limburg. In de overige provincies zijn er concentraties in de steden en in kleinschalig agrarische gebieden. In de winter zien we hetzelfde beeld en tevens een toename in de steden, Zeeland en het oosten van Nederland. De kauw komt in heel Europa voor met uitzondering van IJsland en de noordelijke delen van Scandinavië, Finland en Rusland.

Standvogel

Kauwen zijn over het algemeen standvogels, in de winter zoeken ze elkaar op en zien we vaak grote groepen samen met Roeken. In strengere winters komen er ook Kauwen uit oost en noord Europa naar ons land. Een enkele keer kunnen we dan ook een Noordse of een Russische Kauw tegen komen met witte veerrand in de nek. De landelijke broedpopulatie wordt geschat op 100.000 tot 150.000. Kauwen zijn graag bij mensen in de steden en in kleinschalig agrarisch gebied. Daar is voedsel te vinden en daar zijn broedplaatsen. De Veluwe en de bosdelen van Drenthe zijn niet meer zo intrek. De combinatie van de schaarste van broed- en foerageerplaatsen en de toename aan predatoren zoals de Havik en de Boommarter, was schijnbaar voor de Kauwen een reden om een andere weg te zoeken. Met het weg trekken uit de bosgebieden zijn de provincies Zeeland en delen van de Flevopolders bevolkt. Hier uit blijkt dat de Kauw heel flexibel is en zich snel aan kan passen aan de omstandigheden. De broedpopulatie is door de jaren heel dan ook nagenoeg gelijk gebleven.

Samen met roeken de nacht door

Herkenning en gedrag

Het verenkleed van de Kauw is grotendeels donkergrijs met een lichtgrijze zijkant van de hals en achterhoofd. De snavel en poten zijn zwart. Het oog heeft een witgrijze iris. Kauwen lopen parmantig rechtop en doorgaans met z’n tweeën bij elkaar. Kauwen zijn namelijk trouw aan elkaar voor het leven. Ze zijn vaak onafscheidelijk en zitten als verliefde stelletjes stijf tegen elkaar op een tak of op het dak. Tijdens het vliegen zijn zo vaak dicht bij elkaar dat de vleugel toppen elkaar raken. Bij het opvliegen hoor je dan het kenmerkende geluid van de Kauw het eenvoudige “Ka”. Bij alarm produceren de Kauwen een fel, hees, langgerekt tsjaihr. Als de vogels ’s avond een slaapplaats gaan zoeken zwermen ze eerst langs het luchtruim waarna ze onder luid gekakel een boom induiken. Dit blijft nog een tijdje voortduren tot ieder zijn plekje gevonden heeft. De Kauwen zitten daarna paarsgewijs op de takken en klinkt en nu en dan nog een zacht “ka”.

Broeden

Kauwen broeden graag in kolonies. In steden gebeurt dit in nissen van gebouwen of in schoorsteenpijpen. Op het platteland o.a in holle bomen, konijnenholen, maar ook hier in schoorsteenpijpen en ook wel in een duiventil.Het vrouwtje legt ongeveer 4 eieren en worden in een kleine 3 weken uitgebroed, waarna de jonden nog ruim een maand in het nest blijven. Na het uitvliegen worden ze nog circa 4 weken gevoerd. Daarna moeten ze zelfstandig aan hun kostje zien te komen.

Ruzie maken om brood

Voedsel

Kauwen zijn alleseters, zaden, vruchten wormen slakken, larven, kadavers, brood, patat noem maar op. Dit voedsel wordt op de grond gezocht In de weilanden foerageren ze vaak samen met Roeken.

Wetenschappelijke naam: Corvus monedula

Engelse naam: Western Jackdaw

Duitse naam: Dohle

 

Meer info over de Kauw :

Vogelbescherming 

Nature Today 

Sovon 

Boek