Vogel van de maand juli 2019: de Boerenzwaluw

Geschreven door Judith Schmidt. De foto´s zijn gemaakt door Teo Schmidt.

De Boerenzwaluw is een acrobaat in de lucht. Al kwetterend vliegt hij achter zijn prooi aan, alsof het geen energie kost. Met de verrekijker is de vogel moeilijk te volgen, hij houdt nooit een rechte lijn aan, altijd onverwachte bewegingen. Als er een vijand in de lucht is, zoals een Sperwer of Boomvalk, wordt deze met veel zwaluwen begeleid tot de roofvogel vergenoeg uit hun nabijheid verdwenen is en de kust weer veilig is.

In groepen

De Boerenzwaluw meet zo’n 17 t/m 21 cm. Inclusief de staart. De man heeft een langere staart dan de vrouw. Dat is ook meteen het enige verschil tussen man en vrouw. Juveniele vogels hebben nog geen verlegde staartveren. De Boerenzwaluw komt als broedvogel voor in Noord Afrika en nagenoeg heel Europa met uitzondering van IJsland. Bij aankomst in april zijn er vaak grote groepen zwaluwen te zien die ter plaatse een broedlocatie gaan zoeken, of terugkeren naar de plek van vorige jaren. Maar er zijn ook groepen die doortrekken naar noordelijke streken. In de herfst, september/oktober, verzamelen de zwaluwen zich en je kunt dan honderden vogels bij elkaar zien zitten slapen op hoogspanning draden, maar ook in het riet. Dit kan een aantal weken doorgaan en dan opeens zijn ze vertrokken naar hun overwinteringsgebied tropisch Afrika. In Nederland zijn de grootste aantallen Boerenzwaluwen te zien in de veen- en kleigebieden van Friesland, Groningen, Overijssel, Noord- en Zuid-Holland en in de gebieden rond de grote rivieren.

Meestal twee broedsels

De vogels leven vooral op het kleinschalige platteland. Het liefst in de buurt van vee. Ze zijn gebonden aan bebouwing en aan modderige plaatsen. Dat zijn de factoren die essentieel zijn voor het bouwen van hun nest. De Boerenzwaluw bouwt haar nest in schuren, onder bruggen, onder overkappingen,  enz. Ze bouwen hun nest van modder en strootjes, de nestjes zijn gevoerd met veertjes. In de nestkom legt het vrouwtje 3 tot 6 eitjes en zij broedt deze uit in ongeveer 14 dagen. De jonge vogels worden door beide ouders ruim 3 weken verzorgd. Zodra het eerste broedsel uitgevlogen is legt het vrouwtje opnieuw. De uitgevlogen jongen worden ook nog een tijdje gevoerd. Als het 2de broedsel uitkomt helpen de jongen van het eerste broedsel mee de jongen van het 2de broedsel van voer te voorzien. Soms is er in de nazomer nog een 3de broedsel. Dit is afhankelijk van het weer en het aanbod van insecten. Moeilijke tijden voor de Boerenzwaluw zijn periodes met veel regen, dan kunnen ze niet genoeg voedsel vinden voor hun jongen. Maar ook met droogte en hitte hebben ze het zwaar, modder voor hun nesten is dan moeilijk te vinden en de modder wil niet goed plakken. In de schuren is het dan ook soms heel erg heet en drogen de jongen uit.

bron: Vogelbescherming

Herkenning:

Bovenzijde blauwglanzend zwart, onderzijde wit tot beigeachtig, blauwzwarte borstband met donkerrode keel, kin en voorhoofd. Diepe vorkstaart, met lange buitenste staartpennen, wanneer deze gespreid is zijn er witte vlekjes zichtbaar op de buitenste staartpennen. Man heeft langere buitenste staartpennen dan vrouw. Juveniel heeft oranje/beige keel, kin en voorhoofd. Bovendelen dofzwart en korte buitenste staartpennen. De zang bestaat uit snelle kwetterende tonen, met zo nu en dan een kras geluid wat overgaat in een droge ratel. Tijdens rondom hun broedplaatsen wit of wit-wit. Alarm voor katten een scherp siFLITT. Voor roofvogels flittflitt. 

Kwetsbare soort

Het gaat niet zo goed met deze prachtige vogel. Dit heeft verschillende oorzaken. Na de oorlogsjaren telde Nederland 400.000 boerenbedrijven met kleine beschutte stallen. In 2014 was dit gedaald tot 60.000. Dit betekent een afname van zowel broedgelegenheid als voedsel. In de ligboxenstal worden minder jongen geproduceerd. Dit blijkt uit het Boerenzwaluw Project Nederland van 2003. Melkvee blijft in toenemende mate gedurende de zomer binnen en de bloemrijke wei- en hooilanden zijn veranderd in groene vlaktes met een geringe insectendiversiteit. Maar er zijn ook veranderingen ten goede. Het houden van paarden wordt veel vaker gezien. De stallen bieden een prima alternatief voor de nestplaatsen op de boerenerven, terwijl de buiten opgeslagen mest voor veel insecten zorgt. Ook de bloemrijke akkerranden zijn goed voor insecten en daar profiteren onder andere  de zwaluwen ook van. Wellicht hier door is er sinds de eeuwwisseling weer wat herstel, dit blijkt uit ringonderzoek en het Europese Zwaluwen Project.

Bronnen:

Eigen waarnemingen, ANWB Vogelgids van Europa, Vogelatlas van Nederland, Website Vogelbescherming.