Vogel van de maand januari 2020 : de Gaai

In gedateerde vogelboeken werd de Gaai, Vlaamse Gaai  genoemd, maar tegenwoordig houden we het simpel bij Gaai. In onze streken wordt hij ook wel Schreeuw Ekster genoemd. Dit is niet zo verwonderlijk, want de Gaai is buiten z’n broedseizoen luidruchtig, met rauwe schreeuwende kreten, laat hij horen dat hij aanwezig is. De Gaai behoort tot de familie van de kraaiachtigen, even als de Ekster en de Kauw. Hij is met uitstek wel de kleurrijkste van de kraaiachtigen.

Bosvogel

Deze winter zijn er veel Gaaien in Nederland we kunnen spreken van een invasie, deze Gaaien komen uit Noord en Oost Europa. De meest voorkomende reden voor zo’n invasie is voedselgebrek in hun broedgebied. Overal waar enkele struiken of bomen staan, kun je de Gaaien in deze winter tegenkomen. Van vroeger uit is de Gaai een schuwe bosvogel, bij onraad liet de Gaai z’n alarmkreten horen en iedereen wist dat er gevaar dreigde.Tegenwoordig komt de Gaai ook in tuinen, over het algemeen zijn ze nog wel schuw maar ze kunnen ook heel tam zijn, maar ze blijven zeer oplettend.

Broedvogel

Gaaien bouwen hun nest van takjes in de dichte kruinen van een boom of grote struik. Dit nest is in de vorm van een kom, en wordt bekleed met zacht materiaal zoals mos. Daarin legt het vrouwtje 5 tot 7 eieren, deze worden door het vrouwtje uitgebroed, de broedduur bedraagt ongeveer 3 weken. De jonge vogels blijven ook ongeveer 3 weken in het nest en worden door beide ouders verzorgd. Na het uitvliegen worden de jongen nog een week of 7 gevoerd, daarna worden ze weggejaagd door de oudervogels. In het voorjaar en broedtijd eten Gaaien veel rupsen, maar in deze tijd worden ook jonge vogels van andere vogelsoorten geroofd. Afgelopen zomer zagen we dat jonge net uitgevlogen Koolmezen op hun menu stonden. De Gaaien hebben 1 broedsel in het jaar, de overige tijd van het jaar, helpen ze andere vogels door vroegtijdig alarm te slaan bij gevaar.

Verstoppen

In het najaar eten Gaaien eikels en beukennoten. Ook hebben ze een periode van een aantal weken dat ze voer verstoppen als reserve voorraad in de winter. Je kunt dan Gaaien met een snavel vol eikels zien waar ze omslachtig mee rondscharrelen. Het verstop plekje mag natuurlijk niet gezien worden door de concurrent. In de winter komen Gaaien ook graag in de tuinen waar gevoerd wordt. Waterschalen en vijvers zijn ook favoriet.

Herkenning

Een Gaai is een kleurrijke vogel, het verenkleed is grotendeels grijsbruin met een roze gloed, witte keel en anaalstreek, de kleine dekveertjes op de vleugels zijn blauw/zwart/wit gebandeerd. De armpennen zijn zwart met een witte baan. Het overige deel van de vleugel is grijs. De staart is zwart, de stuit is wit. Deze valt enorm op als de vogel wegvliegt. Gaaien hebben een typische flapperende langzame vlucht. De kruin is witachtig met fijne zwarte streepjes. De Gaai kan de kruin ook opzetten. Aan beide zijden naast de witte keel hebben de vogels een inktzwarte baardstreep. De snavel is zwart, de poten zijn roze. Ze hebben een opvallend lichtblauw oog. Man en vrouw zijn gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stabiel

De aantal Gaaien in Nederland is in de loop van de jaren redelijk stabiel gebleven. Er hebben wel wat veranderingen plaats gevonden. Gebieden waar voorheen veel bos was, en later veranderd in landbouw of in natte natuur, zijn de vogels afgenomen, maar in polders waar meer bebossing gekomen is zijn ze juist toegenomen. Gaaien zijn afhankelijk van bossen, als broedgebied en als foerageergebied. Eikenbomen en bossen zijn favoriet. In Nederland komen in het broedseizoen  45.000 tot 65.000 broedparen voor. In de winter zijn er ongeveer 150.000 tot 250.000 Gaaien in Nederland te vinden en in de invasiejaren zijn dit er meer.

Geluid 

Meest gehoorde roep is de karakteristieke, luide, hese schreeuw, kréh, vaak meerdere keren achter elkaar herhaald. Bij ontdekken van een vijand, zoals een Havik, uil  of een kat kan deze roep tot een oorverdovend kabaal aanzwellen. Ook een veel gehoorde roep is het op een Buizerd gelijkende roep, het miauwende pijéh. Imiteren kunnen de Gaaien ook, en dan het liefst hun aartsvijand, de Havik, kja-kja-kja. De zang is een zacht, niet ver dragend, eigenaardig mengsel van klokkende kloppende miauwende tonen en rauwe klanken. Soms in de later winter te horen. Maar het is zelden dat je het kunt horen, want zodra je in beeld komt gaat het alarm geluid aan en is de zang voorbij.

De Latijnse naam: Garrulus glandarius

Engelse naam: Eurasian Jay

Duitse naam: Eichelhäher

Bron:

Eigen waarnemingen, Vogelatlas van Nederland,

Website Vogelbescherming, ANWB Vogelgids van Europa.

Tekst: Judith Schmidt

Foto’s : Teo Schmidt en Roel Kouwen