Vogel van de maand april 2020: de Winterkoning

 

In deze moeilijke tijd met betrekking tot het Coronavirus is het niet de bedoeling dat we er veel op uit gaan naar gebieden waar veel mensen zijn. Maar gelukkig valt er dichtbij huis ook veel te genieten met onder andere dit prachtige vogeltje:  de Winterkoning.

Herkenning

De Winterkoning is een kleine vogel kort van vleugels en staart en bol van vorm. Hij heeft slechts van snavel punt tot staart punt een lengte van 9 tot 10 cm en weegt ongeveer 10 gram.  Het korte staartje staat bijna altijd omhoog. Van boven is de Winterkoning roodbruin tot kaneelbruin, van onderen beige bruin. Z’n hele veren kleed is met lichte en donkere spikkeltjes een streepjes bedekt. De onderstaart heeft bij volwassen vogels veel witte spikkels. Deze ontbreken bij jonge vogels. De kop heeft een lichte wenkbrauw streep en een donkere streep door het oog. De snavel is vrij lang, iets naar beneden gebogen. De bovensnavel is donker, de ondersnavel is licht. Het oog is donker de poten zijn bruin.

Biotoop
Winterkoningen houden van rommelhoekjes, veel lage vegetatie, takkenhopen, heggen struiken, bramenstruweel en ruigte plekjes. In allerlei landschapstype kun je de Winterkoning tegen komen. Van duinen, bossen, heide, boerenland en rietgebieden. Maar ook heel goed in het park en in de tuin.

Voorkomen

De meeste van “onze” Winterkoningen zijn standvogels, maar sommige, meest jonge vogels trekken zuidwaarts tot in Frankrijk. Ons winterbestand wordt aangevuld met noordoostelijke trekkers, sommige vogels komen helemaal uit Zweden en Litouwen. Voor zo’n kleine vogel met korte vleugels een enorme afstand. Het aantal broedparen wordt geschat op 400.000 tot 600.000 en de winteraantallen 1.000.000 tot 2.000.000.
Winterkoning komen voor in heel Europa met uitzondering van het noorden van Scandinavië. Op IJsland en de Schotse eilanden komt een ondersoort voor, deze vogels zijn donkerder van kleur en hebben een langere snavel.

Gedrag

Winterkoningen zijn bezige bijen, altijd opzoek naar voedsel, dit bestaat uit insecten en ander kleine diertjes. Ze kruipen als muizen tussen de vegetatie en takkenhopen door.  Het mannetje bouwt 3 tot 4 bolvormige nestjes voor z’n vrouwtje. Dan gaat hij in zijn territorium mooi en hard zingen, in de hoop dat er een vrouwtje op af komt. Dit is meestal wel het geval, want het geluid draagt ver. Als er een vrouwtje belangstelling heeft gaan ze samen de nestjes bekijken. Het vrouwtje mag kiezen waar ze haar eitjes in wil leggen. Dit nestje wordt daarna samen bekleed met haar en veertjes. Het vrouwtje legt daar dan haar 5 tot 7 eitjes in. Deze worden door haar ongeveer 14 dagen bebroed. Het mannetje moet dan in een van de andere kale nestjes slapen. Deze kale nestjes worden ook wel speelnestjes genoemd. De jonge vogels blijven een kleine 20 dagen in het nestje en worden door beide ouders gevoerd. Na het uitvliegen blijven de jongen nog ongeveer 3 weken bij de ouders en zijn daarna zelfstandig.

In zo’n tuin voelt de Winterkoning zich thuis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geluid

Roept bij onraad een harde ratel tjerrrrr en een hard, met tussenpozen herhaald tjeck. De zang is vrijwel het gehele jaar te horen en is verrassend luid en explosief voor het formaat vogel. Het is een reeks van metalige klanken en trillers, zitrivi-si SVI-SVI-SVI-SVI-SVI zivuusu ZUU-ZUU-ZUU-ZUU si_ZIRRRRRRRRR SVI-SVI-SVI siyu- ZERRRRRR siVI! Meestal vanuit dichte begroeiing maar ook wel van af een opvallende open zangpost.

Latijnse naam: Troglodytes troglodytes
Engelse naam: Winter Wren
Duitse naam: Zaunkönig
Bijnaam: klein jantje en vliegende bitterbal

Bron: Eigen waarnemingen, ANWB Vogelgids, Vogelatlas van Nederland,
Website Vogelbescherming.