Vogeltrek (deel 1)

De herfst is in aantocht en op mooie dagen kunnen we groepen Boerenzwaluwen op daken of op draden zien zitten, ze zijn aan het verzamelen. Buizerds cirkelen op thermiek omhoog en roepen naar elkaar nog even en de grote trek kan beginnen. Sommige vogels zijn al vertrokken naar het zuiden, dan denken we bijvoorbeeld aan de Gierzwaluw en de Koekoek.

Zelfs de geweldige Linnaues zat mis.

Mythes

In het begin van onze jaartelling, vroegen de mensen zich af waar de vogels bleven, er was een aantal mythes. Er werd verondersteld dat de vogels een winterslaap hielden en net als vleermuizen in grotten en spelonken sliepen. Zelfs Linnaeus was in 1757 nog van mening dat de zwaluwen ’s winters onderwater in de modder overwinterden, de Koekoek veranderende in een Sperwer en Roodstaarten in Roodborsten. Tegenwoordig met alle ringgegevens en zenders weten we veel meer over hoe de trek verloopt en waar de vogels blijven.

Het ontstaan van de trek.

Vogeltrek komt vooral voor op het noordelijk halfrond, de veranderingen van de seizoenen en de temperaturen zijn hier het grootst. De huidige migratieroutes zijn ontstaan na de laatste ijstijden, toen de ijskappen zich begonnen terug te trekken.  Nieuwe gebieden ontstonden die aantrekkelijk waren voor vogels. Dit was alleen in het zomerseizoen, de winters waren daar bar en koud. Daarom moesten de vogels in het voorjaar er naartoe vliegen en in de zomer genieten van de hoge mate aan voedsel.  Echter voordat de kou in aantocht was moesten de vogels weer terugvliegen naar hun overwinteringsgebied.

Waarom trekken vogels weg uit Nederland?

Niet onze winterse kou, maar het gebrek aan voedsel is voor vogels een reden om zuidwaarts te trekken. Insecten, spinnen en wormen kruipen diep weg. Grassen en zaden kunnen onder een pak sneeuw liggen. En tijdens de korte, donkere dagen is er maar weinig tijd om voedsel te vinden. Daar komt bij dat vogels in de kou juist meer energie nodig hebben om warm te blijven en dus eigenlijk extra veel moeten eten. Genoeg redenen om in de winter naar warme oorden te trekken waar een overvloed aan eten is. De zwaluwen eten zich vol in hun Afrikaanse leefgebied.

Vroeg of laat vertrekken.

Trekvogels reageren op veranderingen in daglengte of veranderingen in weersomstandigheden. Lange-afstandstrekkers, trekvogels die overwinteren in Afrika zoals de Grutto, reageren vooral op de verandering in daglengte. Korte-afstandstrekkers, trekvogels die in Europa overwinteren zoals de Kievit reageren veel meer op weersinvloeden. Blijft het in het najaar lang warm, dan blijven deze soorten langer in de omgeving van hun broedgebied.

Trekroutes naar het zuiden

Trekroute.

De trekroute naar het zuiden gaat voornamelijk voor kleine vogels in een breed front over het land. Voor grote vogels zoals Ooievaar en roofvogels in banen over het land op plaatsen met veel thermiek. De vogels vliegen allemaal zo min mogelijk over water. Op trekroutes steken ze daarom de zeeën op de smalste plaatsen over. Dit leidt tot massa’s vogels die op gunstige dagen, met zonnig weer en weinig of gunstige wind, bij deze plaatsen de oversteek willen wagen. Soms duizenden per uur.

Alleen of in een groep.

Sommige soorten zoals Koekoeken en Spechten trekken het liefst alleen. De meeste soorten vliegen echter in een groep. Vliegen in een groep heeft meerdere voordelen. Een groep is minder kwetsbaar voor roofvogels en de kans op verdwalen is minder groot. Spreeuwen en steltlopers vliegen in zeer grote groepen. Vogels zoals vinkachtigen, zwaluwen en kwikstaarten vliegen vaak in kleine groepjes. Gemengde groepen komen ook voor, vaak zijn deze soorten verwant aan elkaar, zoals Witte Kwikstaarten samen met Graspiepers, Vinken en Kepen, Koperwieken en Kramsvogels. De meeste groepen zijn gemengde groepen, met mannetjes, vrouwtjes en jonge vogels. Er zijn echter ook vogels die vliegen gescheiden van geslacht. En vogels waar de jonge vogels een aantal weken eerder van vertrekken.

 

Vogels oriënteren zich op de sterrenhemel

Hoe vinden ze hun weg?

Vogels die overdag trekken kijken naar het landschap waar ze overheen vliegen. Oudere vogels weten de weg van de voorgaande jaren en herkennen rivieren, kusten, bergen en andere grote landschapselementen. De jonge vogels leren van de ouders. Maar hoe doen Koekoeken dat ? Zij kennen immers hun ouders niet. Er is heel veel onderzoek gedaan op dit gebied. Er zijn nog veel vragen over hoe vogels zich oriënteren. Via landschapsherkenning, op de zon, de poolster, het aardmagnetisch veld? De infrasone geluiden van de zee? Het lijkt erop dat vogels meerdere mogelijkheden tot hun beschikking hebben. Ze gebruiken het instrument dat op dat moment het meest passend is. Een zwaluw die overdag vliegt, vergelijkt het landschap dat hij ziet, ruikt of hoort, met de mentale kaart die hij in de loop van zijn leven heeft opgebouwd. Van tijd tot tijd stelt hij zijn koers bij. Overdag via de zon en ’s nachts via de sterren of het aardmagnetisch veld.

Trekdrang.

Veel vogelsoorten verlaten vaak ons land al wanneer er nog voldoende voedsel aanwezig is. Bij hen wordt de drang om te vertrekken gestuurd door een hormonale verandering onder invloed van de verschillen in daglengte. Na de rui verschijnt er een nieuw verenkleed en dat is voor deze vogelsoorten een teken om te vertrekken naar het zuiden. De vogels krijgen dan een trekonrust. Bij de ene soort duurt deze onrust langer dan de bij de andere soort. Hoe verder weg het overwinteringsgebied ligt hoe langer de onrust.

 

Roodborstjes moeten opvetten voordat ze op trek gaan

Opvetten voor vertrek.

Kleine zangvogels eten, om normaal de dag door te komen, 7x hun eigen lichaam gewicht aan voedsel. Een Roodborst weeg ongeveer 16 gram en moet dus 112 gram eten per dag. Wil de Roodborst aan z’n trektocht beginnen, heeft hij brandstof nodig. Deze brandstof is bij vogels vet. De Roodborst moet dus opvetten. Hij kan ongeveer 4 gram opvetten. Dat betekent wel dat hij elke dag meer dan 112 gram moet eten. Dit opvetten duurt ongeveer een maand. Op elke gram vet kan hij 250 km vliegen dus op 4 gram 1000 km. Hij kan dus ruimschoots Frankrijk bereiken. Daar ligt dan ook het overwinteringsgebied van de Roodborsten die zomers bij ons in de tuin zijn. De Roodborst die in de zomer in onze tuin is, is dus niet dezelfde Roodborst die ons in de winter komt bezoeken. Er is een grote verschuiving zuidwaarts.

Zelf zien.

Kijk bij mooi weer eens wat vaker naar de lucht. Buizerds en andere roofvogels maken gebruik van thermiek, Ooievaars doen dit ook. Spreeuwen en Zwaluwen verzamelen zich in grote groepen. Er zijn groepjes Kwikstaarten op de weilanden en akkers en trekken als voedsel zoekend zuidwaarts Groepjes mezen en vinken trekken ook zuidwaarts maar doen dit via de bomen rijen en singels. Allemaal op hun eigen manier op de trek.

Kijk ook een op de site www.trektellen.nl

Spreeuwen trekken vaak in grote groepen. Zo’n wolk is een geweldig natuurfenomeen.

Klik hier voor een kort filmpje. 

 

 

 

 

Voor deze maand heb ik het vooral over het weg trekken van de vogels naar het zuiden gehad. Volgende maand wil ik het onder andere hebben over de vogels die van het noorden naar ons land komen, over vliegtechniek, natuurlijke vijanden en bedreigingen van de mens.

Bron: Eigen waarnemingen, Veldgids, Vogeltrek en Website Vogelbescherming.

Judith