Vogeltrek deel 2

De wintergasten komen er aan, we denken dan aan zwanen en ganzen, lijsterachtigen en vinkensoorten. Afgelopen week zijn er bij Falsterbo, de oversteek van Zweden naar Denemarken al veel vogelsoorten geteld, zoals 

 Kolgans 41.000

Sperwer 500

Kraanvogel 2.700

Graspieper 2.200

Pimpelmees 1.500

Vink/Keep 346.000

Sijs 6.300

Zeearenden op trek

Deze vogels hebben hun broedgebied in Scandinavië, Oost Europa, Rusland tot in Siberië.  Voor de grote vogels is het maar een korte afstand van Zuid Zweden naar Nederland, kleine vogels doen er een week over. Meestal vliegen de vogels niet in één keer door. Onderweg zijn er nog goede gebieden om te foerageren. Ganzen en zwanen komen als er ten noorden en ten oosten van ons weinig voedsel meer voorradig is. Ook uit ervaring weten ze dat ze in ons land terecht kunnen. Kleine vogels vliegen in etappes, ze moeten onderweg rusten en eten. Hun vetreserve raakt met het vliegen snel op en dat moet dan weer aangevuld worden.

De timing.

Vogels die gebruik maken van thermiek, wachten vooral op een zonnige dag. Deze vogel trekken dan ook overdag. Insecten etende vogels trekken veelal ’s nachts. Ze lopen dan minder gevaar om gepakt te worden door roofvogels en in de  ochtend, bij aankomst kunnen ze meteen beginnen met voedsel zoeken. Andere vogels trekken overdag, met de nadruk op de ochtend. Voor nagenoeg alle vogels telt dat het droog weer moet zijn, watervogels zoals eenden, hebben het minst last van regen.

 

 

 

Wijze van vliegen.

Ooievaars en roofvogels vliegen op thermiek, met breed uitgespreide vleugels cirkelen ze omhoog in een thermiekbel.  Als ze voldoende hoogte gewonnen hebben, verlaten

Vliegen in V-vorm kost minder energie

de vogels de bel in een lange glijvlucht opzoek naar een volgende thermiekbel die kilometers verderop kan zijn. Ganzen en eenden vliegen het meest efficiënt doormiddel van doorgaande vleugelslagen. Om energie te sparen vliegen ze vaak achter elkaar in een V-formatie of lange lijn. Kraanvogels en Lepelaars combineren vleugelslagen met glijvluchten. Tijdens de glijvluchten houden de vogels de vleugels uitgespreid waardoor ze makkelijk  door de lucht voortglijden.  Kleine vogels, waaronder de meeste zangvogels, wisselen vleugelslagen af met korte pauzes. Tijdens zo’n pauze worden de vleugels tegen het lichaam gedrukt. Daardoor krijgt het lichaam een aerodynamische vorm en schieten ze las een torpedo door de lucht. Langere pauzes leiden tot een golvende vlucht. Vogels die over de kustlijn en de zee trekken, zoals zee-eenden en sommige steltlopers maken gebruik van de opwaartse wind die de golven veroorzaakt. Deze vogels vliegen dan ook heel kort boven het water.

Natuurlijke bedreiging.

De trek is voor de vogels een gevaarlijke onderneming. Zwakke vogels komen nooit op hun bestemming aan, honger en uitputting is dan de doodsoorzaak. Verder maken storm en zandstormen, regen en sneeuw veel slachtoffers. Vogels kunnen verdwalen in de mist en hun groep kwijt raken. Natuurlijk zijn er ook predatoren zoals roofvogels. Ook klimaatverandering speelt een rol. De zeespiegelstijging kan leiden tot verdwijning van een rust-  en foerageerplaats. Door de opwarming verschijnen planten en insecten in de koudere streken eerder. Daardoor moeten de vogels zich aanpassen om ook eerder in hun broedgebied terug te zijn.

Krakeenden

Menselijke bedreiging.

De mens bouwt obstakels zoals vuurtorens, elektriciteitsmasten met kabels en windmolens, vogels vliegen zich dood tegen de obstakels of worden de geëlektrocuteerd. In Zuid-Europa staan jagers klaar met hun geweren. In Noord-Afrika met lijmstokken strikken en netten. Zo verdwijnen er jaarlijks miljoenen vogels in het Middellandse Zeegebied als gevolg van allerlei vormen van legale en illegale jacht. De grootste bedreiging komt echter door de verslechtering en het verdwijnen van hun habitat. Door uitbreiding van het stedelijk gebied en de intensivering van landbouw. Veel wetlands verdrogen doordat er water onttrokken voor grootschalige landbouw.  Daar bovenop komen vervuiling en giflozingen in hun broed-, pleister- of overwinteringsgebied.

Wat kunnen we doen.

Vogeltrek is een strategie die voor veel vogelsoorten al miljoenen jaren goed heeft gewerkt maar wordt steeds minder vanzelfsprekend. Alleen met heel gerichte natuurbescherming- en onderzoekprojecten overal langs de trekroutes kunnen we de trekvogels beschermen. Met dit doel voor ogen werken natuurbeschermingsorganisaties zoals Vogelbescherming Nederland en Birdlife International samen aan. Dat trekvogels hun enorme reis twee keer per jaar kunnen blijven maken. 

Ooievaars maken gebruik van thermiek

Wij steunen als NWG de Reest het werk van Vogelbescherming Nederland.

U toch ook?

Bron: Eigenwaarnemingen en Veldgids Vogeltrek.

Website: www.falsterfagelstation.se www.natuurinformatie.nl

tekst: Judith Schmidt

foto’s: Teo Schmidt