Help de vogels de winter door!

Op het moment dat ik dit schrijf is het nog alles behalve winter, het waait en het regent en de temperaturen liggen nog boven de 10 graden Celsius. Toch ben ikzelf al beginnen te voeren en de vogels maken daar al volop gebruik van. Door de wind en de regen is het moeilijker om voer te vinden. De takken en bladeren van bomen en bewegen, dat maakt de situatie onveilig. Bovendien kunnen de vogels door het geluid van de wind ook minder goed horen. Al met al is het best spannend voor de vogels om voedsel te zoeken. Maar er moet gegeten worden om de dag en zeker de nacht door te komen.

Verlies aan lichaamsgewicht 

Als je bedenkt dat een Pimpelmees van 10 gr, in de nacht 10% van zijn lichaamsgewicht verliest. Vogels hebben een lichaamstemperatuur van 40 graden en hoe kouder de buitentemperatuur wordt, hoe meer brandstof er verloren gaat. De brandstof van een vogel is vet. Hoe meer de vogel eet, hoe vetter hij wordt. Een kleine vogel, tot een grootte van een Merel, eet elke dag 7 keer zijn eigen lichaamsgewicht aan voedsel op om de dag door te komen. Dus als de vogel vet wil opbouwen voor de nacht, moet hij meer dan 7 keer zijn eigenlichaamsgewicht aan voedsel eten. Daarom zijn de vogels ook de hele dag aan het voedsel zoeken. En kunnen ze ook best een handje hulp gebruiken.

Vogelvriendelijke tuin 

In tuinen met veel groen struiken, bomen, vaste planten, is er vaak voldoende te vinden. Om de tuin vogelvriendelijker te laten zijn, is het mooi als niet alle bloemstengels in het najaar verwijderd worden en het afgevallen blad mag blijven. Hierin zitten veel insecten en andere kleine beestjes. Vogels vinden hierin veel voedsel en boven dien is het ook een bescherming voor de planten tegen de vorst en een voedselbron voor het komende jaar.

Voeren is leuk en goed 

Het is ook goed en leuk om vogels bij te voeren, de vogels komen zo gemakkelijker de dag en nacht door en wij kunnen de vogels mooi van dichtbij bekijken. Voederhuisjes zijn te koop, maar ook simpel zelf te maken. Een dak er boven kan nuttig zijn maar hoeft niet. Een goede afwatering is wel vereist. Een brede plank met opstaande randen waarbij  in de hoeken een opening zit voor de afvoer van regenwater is prima. Een dakpan die afloop voldoet ook goed als voeder plek. De voederplank moet wel regelmatig schoon gemaakt worden. De vogels poepen en samen met vocht vormt dit een bron van bacteriën. Vetbollen zijn ook geliefd. Tegenwoordig zijn er ook vetbollen te koop zonder netje, deze kunnen in een houder. Dit voorkomt rondslingerende legen netjes in de tuin. Er zijn allerlei silo’s te koop. Maar je kunt ook strooivoer op de grond leggen op een, voor vogels veilige plek, elke dag een beetje zodat het wel opraakt. Dit voorkomt ongewenste gasten.

 

 

Welk voer voor welke vogel op welke plek.

Merels en Lijsters:

Brood, afval fruit, gekookte rijst op aardappels zonder zout, gewelde rozijnen of krenten. Dit kan gevoerd worden op de grond.

Mezen:

Vetbollen, ongebrande ongezouten pinda’s, vogelpindakaas, vogelzaad en zonnebloempitten. Voeren op voedertafel, ophangen in boom of struik, zaad kan ook op de grond. Pas op voor de katten!

Spechten en Boomklevers:

Ongebrande ongezouten pinda’s, vogelpindakaas en zonnebloempitten. Ophangen op een rustige plek in de tuin. De pindakaas kan ook op een boomstam gesmeerd worden.

Winterkoning, Heggenmus, Roodborst en Boomkruiper:

Deze vogels zijn insecteneters. Universeel voer, meelwormen, broodkruimels en ongekookte havermout. Roodborsten en Heggenmussen eten ook wel kleine zaadjes.Voor deze vogelsoorten op rustige plekjes onder de heg of dicht struik. Ook voor deze vogels kun je hier eventueel een vetbol verkruimelen.

 Vinken, Mussen en Gorzen

Dit zijn vooral vogels die op de grond voedsel zoeken in de vorm van graan. Vogelzaad en mais is een prima voedselbron. Groenlingen houden enorm van zonnebloempitten. Sijzen komen ook op de vetbollen af.

Duiven en Kraaiachtigen.

Deze vogels gaan voor het grotere voer, zoals mais, en andere grotere zaden en brood. Voer kan prima op de grond.

Water in de winter.

Zolang het niet vriest, is een vogelbad of vijver prima. Om in een vorst periode vogels van water te voorzien is het nodig om regelmatig het water te verversen. Als het hard vriest is het beter dat de vogels niet gaan badderen, maak dan de drinkplek klein of doe er een stukje gaas over. Zo kunnen ze wel drinken maar niet badderen. Indirect voeren we ook de Sperwer die een graantje mee zal pikken in de vorm van een vogel die verzwakt was of niet goed opgelet had.

Judith.

Bron: Eigen waarnemingen en Vogelbescherming