Van de vogelsectie : broedseizoen 2021

Kleine nestkasten 2021 

 Het jaar 2021 was matig voor de kleine nestkastvogels. In april hadden we een koude periode waardoor vooral de mezen een slechte start hadden. Eieren werden er wel gelegd, maar een aantal Pimpel- en Koolmezen kwam niet tot broeden. De vogels die wel jongen hadden ondervonden veel last van de koude periode. Door de kou was de rupsenpiek laat. De ouder vogels moeten dan een keuze maken tussen de jongen warm houden of voedsel zoeken. Het gevolg is dan, lekker warm maar honger. Of wel een volle buik, maar heel koud. Beide scenario’s leiden over het algemeen tot de dood. Een aantal mezen isopnieuw begonnen met eieren leggen en broeden en dat is over het algemeen wel goed gegaan.

Bonte vliegenvangers

De Bonte Vliegenvangers deden het beter, deze zomergast komt rond 15 april terug uit Afrika. Het mannetje zoekt bij aankomst een nestkast, meestal in dezelfde omgeving waar hij het jaar ervoor ook een broedsel gehad heeft. Het vrouwtje begint vervolgens eind april de eieren te leggen en midden mei komen de jongen uit het ei.  De routes in de Haardennen en Hulsingbosje lijken het meest geleden te hebben van de kou, maar daar is ook zeker een populatiedip. De verstoring van voorgaande jaren werkt nog steeds door. Er werden veel oudervogels ’s nachts gedood in de nestkasten. Omdat er bijna geen jonge vogels groot geworden zijn gedurende 2 tot 3 jaar is er ook geen aanvulling in de populatie gekomen. Dit jaar zijn er gelukkig wel jonge vogels groot geworden, mede dankzij de marterkorfjes. De verstoring is dit jaar minimaal geweest bij de voorgaande jaren vergeleken, maar de marterkorfjes kunnen helaas niet volledig beschermen. Soms worden de kasten door de Boommarter van de boom gehaald en de dakjes van de kast gerukt.

Soms hoge bezetting

Andere nestkastroutes deden het goed met een hoge bezetting, bijvoorbeeld het Molenbos, waar maar liefst 28 van de 33 kasten waren bezet. Koolmezen hebben er 51 eieren gelegd, daarvan zijn 46 jonge vogels uitgevlogen. Pimpelmezen waren goed voor 55 eieren en 50 jongen zijn uitgevlogen en van de Bonte Vliegenvangers zijn van de 60 eieren er 51 jongen uitgevlogen. Ook de Poele, waar voorheen ook verstoring was, waren van de 30 nestkasten 25 bezet. Koolmezen legden 163 eieren en daarvan zijn er 132 jonge vogels van uitgevlogen. De Pimpelmezen legden 41 eieren en alle 41 jonge vogels zijn uitgevlogen. Bonte Vliegenvangers legden 40 eieren en 35 jonge vogels zijn ervan uitgevlogen.

Cijfers

Er hangen 375 nestkasten van de NWG  De Reest rond Balkbrug, Vinkenbuurt en een aantal in Dedemsvaart.

Van 304 nestkasten heb ik de gegevens van binnen gekregen, daarvan waren er 234 nestkasten bezet

Vogelsoort Eieren Uitgevlogen

jongen

Bonte Vliegenvanger 355 293
Boomklever 34 33
Glanskop 7
Koolmees 922 680
Pimpelmees 672 454
Roodborst 7
Totaal 1997 1460

Meer weten over het werk van onze vogelsectie ?

Stuur een mailtje naar Judith :  tjvogelaars2@outlook.com

Steenuilen 2021

Het broedseizoen voor de steenuilen in onze regio begon erg goed. Maar liefst tien kasten bleken in het voorjaar bezet. Maar daarna…… in zes kasten mislukte het broedsel, eieren bleken niet bevrucht, steenuil dood in de kast, andere kast na verloop van tijd verlaten en nog meer van dit soort narigheid. De werkgroep telde 32 eieren. In totaal vlogen 16 jongen uit. Wat ook opvallend was, was de afwezigheid van spreeuwen. Vaak wordt een lege kast door spreeuwen bevolkt, maar waar waren ze ? Bijzondere vondst: een hele gevangen voorraad aan meikevers in een kast. Zie foto)  Dan nog al die mislukte broedsels, zou het komen van het natte en koude voorjaar ?

Henri Timmer, coördinator steenuilenwerkgroep

henri-timmer@home.nl

Kerkuilen 2021 

Niet elk jaar is een goed kerkuilenjaar. Dat heeft vooral te maken met het voedselaanbod. Weinig voedsel (muizen) betekent minder eieren en jongen. In het afgelopen broedseizoen 2021 troffen de werkgroepleden veel kasten leeg aan. Het ging hier vaak om uilenkasten die vrijwel elk jaar bezet waren. Kasten waar wel jongen werden aangetroffen bleken kleine broedsels te hebben, bijvoorbeeld een bezetting van slechts drie jongen of slechts één jong. Van alle uilskuikens konden tien jongen worden geringd. Er vlogen dus ook ongeringde jongen uit.

Rik van der Kolk, coördinator werkgroep kerkuilen

rikvanderkolk@heeringvastgoed.nl