De nestkasten van onze vogelsectie zijn erg populair bij de koolmees en de pimpelmees. Ook de glanskopmees mag er graag gebruik van maken, maar dat komt veel minder voor. Mezen gaan pas broeden als het legsel compleet is. Elke dag legt het vrouwtje een ei en als deze klus is geklaard, breekt een hele rustige periode aan: de broedtijd.
Het nestmateriaal dat naar de nestkast wordt gesleept bestaat uit mos, korstmos, dons, gras met wol, haar, kleine veertjes, dode blaadjes, spinrag e.d Beide mezen maken een klein kommetje. Voordat het broeden begint worden de eitjes afgedekt. Bij de mezenfamilie maakt het vrouwtje het nest en broedt de eieren uit. Het mannetje wordt actief als de eieren uitkomen. Samen met moeder mees voert hij de jongen.
De broedperiode duurt twee weken. De jongen blijven ongeveer 20 dagen in de kast. Dan vliegen ze uit. Ze kunnen beter blijven zitten, want de wereld waarin een jonge onervaren mees terechtkomt is vijandig. Regen, kou, voedselgebrek, predatoren, de meeste uitgevlogen mezen sterven in hun eerste weken buiten de kast.


