Vogel van de maand april 2019 : de roodborsttapuit

De Roodborsttapuit is een kleine vogel, ongeveer zo groot als een Pimpelmees. Het broedgebied strekt zich uit vanaf de Britse Eilanden, heel midden Europa tot de Zwarte Zee en rondom de Middellandse Zee. Sinds enkele jaren broeden de Roodborsttapuiten ook aan de Zuidkust van Noorwegen. Bij ons is de Roodborsttapuit voornamelijk een zomergast, het is een korte afstandstrekker en verlaat ons land in de maanden september tot november en komt eind februari/maart weer terug. In de tussen liggende maanden verblijven onze broedvogels voornamelijk in Frankrijk. In de zuidelijke landen zijn het standvogels. Ook in Nederland blijven enkele vogels overwinteren en als het een zacht winter is, kunnen ze ook overleven.

Jonge roodborsttapuit. Foto Teo Schmidt

Biotoop

We zien de Roodborsttapuit vooral in ruigtes, vroeger was de vogel een zeer algemene verschijning op de zandgronden van Oost Nederland, op de leemgronden in Limburg en de duinen langs de Westkust en de Waddeneilanden. Rond de eeuwwisseling ging het slecht met de Roodborsttapuit, de vogel kwam zelfs op de rode lijst te staan. In Zuid Limburg verdween hij bijna helemaal. Maar gelukkig heeft de Roodborsttapuit zich goed kunnen handhaven en komt nu in zijn oorspronkelijke broedgebieden weer volop voor. Dit is  onder andere te danken aan extensief bermbeheer, beekdalherstel, verruiging van natuurgebieden en latere maaidata. De Roodborsttapuit komt als broedvogel nog niet veel voor in de klei gebieden van Noord- en Zuid-Holland, Friesland en in het veengebied van de Kop van Overijssel. In het overgrote deel van Nederland is het weer een redelijk voorkomende broedvogel en op de voor Roodborsttapuiten ideale omstandigheden, een veel voorkomende broedvogel.

Atlasblokken 

Even een voorbeeld van de bezette Atlasblokken door de jaren heen. In 1973 t/m 1977 was 42 % van de blokken bezet. In de periode 1998 t/m 2000 was 40 % van de blokken bezet en van 2013 t/m 2015 was dat 72 %.  Het gaat dus goed met de Roodborsttapuit, dat is eigenlijk heel bijzonder omdat het een vogel van agrarisch landschap is en met veel vogels van het agrarische landschap vogels gaat het slecht. De Roodborsttapuit heeft zich aan kunnen passen en is met kleine ruigte hoekjes al snel tevreden. Ook omdat de vogels al vroeg in het voorjaar terug komen in hun broedgebied, kunnen ze ook twee broedsels voort brengen, daardoor gaat de reproductie natuurlijk ook sneller.

Herkenning

Bij de Roodborsttapuiten verschild het verenkleed tussen man en vrouw. De mannetjes hebben een geheel gitzwarte kop een witte vlek aan de zijkant van de hals en oranje

Roodborsttapuit mannetje op de uitkijk

rode borst, bovenbuik en flanken. Donkerbruin gestreepte rug en vleugels en staart. Lichtbruin gevlekte stuit die in de loop van de zomer, als de veren slijten steeds lichter tot bijna wit kan worden. Twee witte vlekken op de vleugel het deel wat tegen de rug aankomt. Dit zijn de elleboogpennen.Dit is vooral in de vlucht goed te zien. Het vrouwtje is veel soberder van kleur. De kop, rug en vleugel zijn grijsbruin gestreept, de staart is donker. De borst, buik en flanken zijn zacht oranje. Ze mist de witte stuit en het wit op de elleboogpennen is zeer klein. Juveniele vogels zijn geheel gestreept en gevlekt in verschillende tinten bruin. Beide geslachten hebben zwarte poten en snavel. De oudervogels zitten graag op een verhoging in het landschap om goed om zich heen te kunnen lijken. Bijvoorbeeld op een hogere heide pol, een struikje in een verder vlakke omgeving of een lange tak die er net een eindje boven uit steekt. Ze zijn dus makkelijk te zien en boven die makkelijk te horen. De alarm roep is namelijk een schor schrapend gekras, net of je 2 steentjes tegen elkaar aan schuurt. De zang zijn een aantal hoge korte kwetterende piepjes met wat krassende tonen ertussen.

Broeden

Het nest, waar het vrouwtje 4 tot 6 eieren in legt, wordt op de grond gebouwd, goed verstopt tussen de vegetatie. De eieren worden door het vrouwtje in ongeveer 14 dagen uitgebroed, de jonge vogels blijven ongeveer 14 dagen op het nest zitten en na het uitvliegen worden de jonge vogels nog een dag of 10 door de ouders verzorgd. Nederland telt ongeveer 15.000 tot 18.000 broedparen. Roodborsttapuiten zijn vooral insecten eters, maar ook rupsen wormen spinnen en slakken staan op hun menu In onze omgeving kunnen we de Roodborsttapuiten aantreffen in kleinschalig landschap zoals het Vechtdal, Reggedal en Reestdal. Maar ook op de diverse heide terreinen zoals Meeuwenveen/Takkenhoogte, Wildenberg. Natuurlijk ook in de natuurgebieden zoals de Lemelerberg en het Dwingelderveld.

Wetenschappelijke naam: Saxicola rubicola

Engelse naam: European Stonechat

Duitse naam: Schwarzkehlchen

 

Tekst Judith Schmidt

Foto´s Teo Schmidt